novemberviering: tussen hier en de overkant

Inleiding
In september zijn we samen vertrokken op een tien maanden durende schoolreis. We vulden onze rugzak met nieuwe attributen die nuttig kunnen zijn tijdens onze reis. Vandaag, midden de drukte van de dag, nemen we een paar van die attributen uit onze rugzak.
Ook zonder verrekijker hebben we al gemerkt dat de milde nazomer voorbij is, dat de duisternis elke avond iets vroeger valt, dat de bomen ??n voor ??n hun bladeren verliezen tot ze er kaal en stil bijstaan;
En wij? trekken een warmere trui aan, een sjaal, dikke jassen om te schuilen tegen de koude?
Het is ook herfst, november in ons hart. En een dikke trui of jas lijkt niet te verwarmen. Want wie een moeder, vader mist, broer, zus, oma, opa, geliefde of vriend, die mist een stukje warmte?
Met de verrekijker kijken we weemoedig terug op wat voorbij is, op de afgelegde levensreis en staan we stil bij de mensen van wie we onderweg afscheid hebben moeten nemen.
November raakt de rand tussen hier en de overkant.

Verhaal
Ik sta aan de kust.
Een witte zeilboot ontvouwt zijn zeilen in de ochtendbries
en zet koers naar de blauwe oceaan.
De boot schittert vol kracht
en ik kijk hem na
tot hij niet meer is dan een wolkensliertje
en verdwijnt daar waar de zee en lucht in elkaar over gaan.
En dan zegt iemand naast me:
?Kijk, hij is verdwenen?. Verdwenen? Waar naartoe?
Verdwenen uit mijn gezichtsveld. Dat is alles.
Zijn mast, romp, rondhout zijn nog precies even groot als toen hij de haven verliet.
Het kleine formaat zit eigenlijk in mij, niet in de boot.
En misschien is er achter de horizon een haven
met een kade,waarop iemand kijkt naar de horizon
en zegt ?Kijk, daar komt een schip aan.?

Gebed

Leven is maar even
Op de oever staan
Turen in de mist
Zoeken naar de overkant
En toch te water te gaan
Een kleine zeilboot
Op een veel te grote oceaan.
Zo varen wij, God
Jij, wind en water
Jij, diepte die ons draagt
Jij, de overkant van ons bestaan
Luisterlied: De overkant (Stef Bos)
Ik zag jou gaan in de verte
Ik stond genageld aan de grond
Ik zag jou lopen over water
Naar de ondergaande zon.
Jij ging naar de overkant
Jij ging naar niemandsland
De veerman heeft jouw hart gewonnen
En ik, ik ben de dans ontsprongen.
Ik zag jou gaan in de verte
jij keek nog ??n keer naar mij om
alsof jij dacht dat ik zou volgen
alsof jij niet begreep waarom
Ik de stemmen niet kon horen
die jij hoorde in jouw hoofd
ik zag jou gaan in de verte
ik zag jou dansen met de dood
Jij ging naar de overkant
Jij ging naar het niemandsland
de veerman heeft jouw hart gewonnen
en ik, ik ben de dans ontsprongen.

Eekhoorn en de mier (Tekst uit ‘Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en de andere dieren’ Toon Tellegen)
Op een ochtend klopte de mier al vroeg op de deur van de eekhoorn. “Gezellig,” zei de eekhoorn. “Maar daar kom ik niet voor,” zei de mier. “Maar je hebt toch wel zin in wat stroop?” “Nou ja … een klein beetje dan.” Met zijn mond vol stroop vertelde de mier waarvoor hij gekomen was. “We moeten elkaar een tijdje niet zien,” zei hij. “Waarom niet?” vroeg de eekhoorn verbaasd. Hij vond het juist heel gezellig als de mier zo maar langs kwam. Hij had zijn mond vol pap en keek de mier met grote ogen aan. “Om erachter te komen of we elkaar zullen missen,” zei de mier. “Missen? Je weet toch wel wat dat is?” “Nee,” zei de eekhoorn. “Missen is iets wat je voelt als iets er niet is.” “Wat voel je dan?” “Ja, daar gaat het nu om.” “Dan zullen we elkaar missen,” zei de eekhoorn verdrietig. “Nee,” zei de mier, “want we kunnen elkaar ook vergeten.” “Vergeten! Jou?” riep de eekhoorn. “Schreeuw niet zo hard” zei de mier. De eekhoorn legde zijn hoofd in zijn handen. “Ik zal jou nooit vergeten,” zei hij zacht. “Wel ja,” zei de mier. “Dat moeten we nog maar afwachten. Dag!” En heel plotseling stapte hij de deur uit en liet zich langs de stam van de beuk naar beneden zakken. De eekhoorn begon hem vreselijk te missen. “Mier,” riep hij, “ik mis je!” Zijn stem kaatste heen en weer tussen de bomen. “Dat kan nu nog niet!” zei de mier. “Ik ben nog niet eens weg!” “Maar toch is het zo!” riep de eekhoorn. “Wacht nu toch even,” klonk de stem van de mier nog uit de verte. De eekhoorn zuchtte en besloot te wachten. Maar hij miste mier steeds heviger. Soms dacht hij even aan de beukennotenmoes, of aan de verjaardag van de tor, die avond, maar dan miste hij de mier weer. ’s Middags hield hij het niet langer uit en ging naar buiten. Maar hij had nog geen drie stappen gezet of hij kwam de mier tegen, moe, bezweet, maar tevreden. “Het klopt,” zei de mier. “Ik mis jou ook. En ik ben je niet vergeten.” “Zie je wel,” zei de eekhoorn. “Ja,” zei de mier. En met hun armen om elkaars schouders liepen zij naar de rivier om naar het glinsteren van de golven te gaan kijken.

Schrijfmoment
Velen van ons hebben al ervaren dat het leven, net zoals deze glazen flessen, broos en breekbaar is.
Velen van ons missen geliefde mensen, willen hen ook absoluut niet vergeten, koesteren de kostbare herinneringen. Daarom gaan we de namen van hen die we dicht in ons hart bewaren ook opschrijven en in de glazen flessen stoppen. Want een fles is ook een goed middel om dingen in te bewaren. Daarna vertrouwen we de flessen toe aan ?de oceaan? in het volste vertrouwen dat onze Reisgids, hier aanwezig in de vorm van de paaskaars die tevens ook dienst doet als vuurtoren, erover zal waken dat niet ??n van onze overledenen zal verloren gaan.
(Bijbelcitaat?? Geschreven in de palm van Gods hand? Of een ander?)

Lied tijdens het schrijfmoment: De vriendschap (Th? Lau) (3:12)
De geur van heel de bloemenzee vergeet je
Hoe beurs je bent en hoe gedwee vergeet je De woorden die de priester spreekt vergeet je
Zelfs de zon die door de wolken breekt vergeet je
Maar de vriendschap vergeet je
De vriendschap vergeet je
De vriendschap vergeet je niet
De tranenvloed die je verdooft vergeet je
Het doffe barre ongeloof vergeet je
En het verdriet dat je voelt en ziet vergeet je
Zelfs de aard? van God die geeft en rooft vergeet je
Maar de vriendschap vergeet je
De vriendschap vergeet je
De vriendschap vergeet je niet
En in stilte buig ik mijn hoofd
In stilte zeg ik vaarwel
Het ga je goed, het ga je goed
Maar de vriendschap vergeet ik niet
De vriendschap vergeet ik niet De vriendschap vergeet ik niet
Vooruit blikken

Op onze school-,levensreis staan we af en toe stil om opgedane ervaringen, ontmoetingen ?in te blikken? in ons hart. Maar reizen is vooral bewegen! We gebruiken onze verrekijker ook om naar de toekomst te kijken, om een blik op onze toekomst te werpen. Wat zien we dan?
Uit glasscherven kunnen we nieuw glas blazen.
Onze geliefde overledenen leven een nieuw, ander leven aan de overkant?
En wij? Wij zetten onze tocht op deze oever hoopvol verder. We laten onze overledenen ?los? zoals in het schrijfmoment om ze dan op een andere manier vast te houden.
Dat het vele goede waarin onze geliefde overledenen groot waren, ons mag blijven inspireren, oproepen en sterken. Wat schoon was roept ons op om het verder ook goed te doen en vol te houden. Het maakt ons sterk, blaast ons weer leven in. Pas dan kunnen we opnieuw opkijken, uitkijken, de draad, de levensreis opnemen, licht zien, niet in ons verdriet stikken. Maar kracht in onszelf ontdekken. Opstaan en verder gaan?

Tekst/gebed??
Aan de overkant
De dood is niets.
Ik ben slechts aan de overkant.
Ik ben mezelf. Jij bent jezelf.
Wat we voor elkaar waren, zijn we nog altijd.
Noem me zoals je me steeds genoemd hebt.
Spreek tegen me zoals weleer,
op dezelfde toon, niet plechtig, niet triest.
Lach om wat ons samen heeft doen lachen.
Denk aan mij, bid met mij.
Spreek mijn naam uit thuis
zonder hem te benadrukken,
zonder zweem van droefheid.
De draad is niet gebroken.
Waarom zou ik uit jouw gedachten zijn?
Omdat ik uit je gezichtsveld ben?
Nee, ik ben niet ver,
juist aan de andere kant van de weg.
Je ziet, alles gaat goed…
Je zult mijn hart opnieuw ontdekken
je zal de zuiverste tederheid terugvinden.
Dus droog je tranen en ween niet,
als je van me houdt.
(Augustinus)

Lied: the call

I started out as a feeling
Which then grew into a hope
Which then turned into a quiet thought
Which then turned into a quiet word
And then that word grew louder and louder
‘Till it was a battle cry
I’ll come back
When you call me
No need to say goodbye
Just because everything’s changing
Doesn’t mean it’s never
Been this way before
All you can do is try to know
Who your friends are
As you head off to the war
Pick a star on the dark horizon
And follow the light
You’ll come back
When it’s over
No need to say goodbye
Now we’re back to the beginning
It’s just a feeling and no-one knows yet
But just because they can’t feel it too
Doesn’t mean that you have to forget
Let your memories grow stronger and stronger
‘Til they’re before your eyes

Het begon als een gevoel
Wat daarna uitgroeide tot hoop
Wat daarna veranderde in een stille gedachte
Wat daarna veranderde in een stil woord
En toen werd dat woord luider en luider
Tot het een strijdkreet was
Ik zal terugkomen
Wanneer je me roept
We hoeven geen afscheid te nemen
Alleen omdat alles aan het veranderen is
Betekent dat niet dat het nooit
Als dit is geweest
Alles wat je kan doen is proberen te weten
Wie je vrienden zijn
Als je je richting de oorlog begeeft
Pluk een ster van de donkere horizon
En volg het licht
Jij zult terugkomen
Wanneer het voorbij is
We hoeven geen afscheid te nemen
Nu zijn we terug bij het begin
Slechts een gevoel en niemand weet het nog
Maar alleen omdat zij het niet ook kunnen voelen
Betekent dat niet dat jij het moet vergeten
Laat je herinneringen sterker en sterker worden
Totdat ze op je netvlies verschijnen
Jij zult terugkomen
Wanneer ze je roepen
We hoeven geen afscheid te nemen

Jij zult terugkomen
Wanneer ze je roepen
We hoeven geen afscheid te nemen